OVV’67 6 – Papendrecht 4: 5 – 1

OVV’67 6 – Papendrecht 4:  5 – 1

Op 30 september, nog 92 dagen tot het einde van het jaar in de gregoriaanse kalender, feestdag van de heilige Pieter Blommeveen, geboortedag van Hans Wilhelm Geiger, sterfdag van Rudolf Diesel, een dag voor de Internationale Dag van de Schoolbibliotheek, gingen we halverwege de ochtend op weg naar sportpark Uilendonck in Oosteind.

Dat onze prestaties de laatste weken uitstekend zijn, is ook doorgedrongen tot de lokale pers. Zo stond afgelopen week zowel Frank als Wilco met foto en begeleidend stuk tekst in de Klaroen.
Bijna niemand wilde vanaf het Slobbengors vertrekken. Om te zorgen dat iedereen in Oosteind zou arriveren, had Jan Willem een wagenindeling gemaakt.

Enkelen hadden aangegeven op eigen gelegenheid te gaan, anderen zouden met een chauffeur meerijden. Hij dacht iedereen in het lijst opgenomen te hebben, maar: “En good old Eric? Met vriendelijke groet, Luciën.” “Dat is de scherpte die we zoeken! Groet, Arie” Eric: “Als er nog iemand wil meerijden….. Ik ga ook direct naar Oosreind. Mm. Kleine correctie >> Oosteind…” Jan Willem: “Hallo, sorry Eric, ik was je helemaal vergeten in het rijtje te zetten, maar ik meende me te herinneren dat je gezegd had dat je op eigen gelegenheid zou gaan, dus had ik je niet bij de wagenindeling gezet. Als je wilt, kan je vast wel met iemand meerijden. Uitstekend opgemerkt trouwens, Luciën. Het zou leuk zijn als je die scherpte ook eens op het veld toont. Fijn tijdstip weer om met voetbalmails in de weer te zijn, 3.49 uur.” “Jan Willem, misschien moeten we dan eens een wedstrijd inplannen om een uurtje of 2:00?? Moet je eens kijken wat ik dan allemaal kan haha. Met vriendelijke groet, Luciën.”

Het was even afwachten in welke conditie iedereen zou arriveren. In de nacht voor de oefenwedstrijd was Edwin van zijn fiets gekukeld en languit op het asfalt beland nadat hij enkele consumpties tot zich had toegenomen. Om te voorkomen dat hij niet opnieuw zou omvallen, was hij voor de oefenpot maar met de auto naar het Slobbengors gekomen. Na afloop van het voetballen had hij kennelijk nog last van die consumpties, want toen hij al op weg was naar huis, moest hij terug naar de kleedkamer omdat hij zijn voetbalschoenen vergeten was. En vorige week was Edwin niet eens in staat geweest de voetbalvelden te lokaliseren. Maar eind september meldde hij: “Ik ben er zondag.” En hij kwam inderdaad, maar voor de zekerheid had hij zich laten ophalen en vervoeren door Luciën.
Kenneth was er eveneens, maar net als vorige week zonder rode sportbroek. Hij zei: “Hé Jan Willem, ik heb nog steeds geen rood broekje hoor?” Ja hallo, wat moet ie daaraan doen? Vanaf eind vorig jaar heb je net als iedereen met een rode sportbroek gespeeld, Kenneth, geschonken door onze hoofdsponsor Luciën. Ga maar eens goed in je kledingkasten zoeken.

Bij ons kun je meestal vooraf aardig inschatten hoe een voetbalduel gaat verlopen. Gezien de sfeer in de kleedkamer – wij hebben alles gewonnen en zij alles verloren – begon al enige twijfel te ontstaan. Die werd al groter toen we aan het opwarmen begonnen en onder de tegenstanders naast enkele jongeren ook verscheidene ouderen ontwaard werden. “Ooooh, die kunnen we wel hebben”, kon je hier en daar horen. De twijfel werd nog groter na het beginsignaal.
Vanaf de aftrap was de instelling van het zesde van OVV’67 uitstekend en die van ons het tegenovergestelde. Bij de meesten van ons lagen tempo en inzet rond het absolute minimum, terwijl die zich bij de opponenten dicht bij het maximum bevonden. Vanaf de eerste seconde werden we compleet overlopen en binnen de minuut had ie er bij ons in kunnen liggen. De minuten daarna was dat niet anders.
Volkomen tegen de verhouding in scoorden we zowaar de openingstreffer. Deze kwam voor een belangrijk deel op het conto van Luciën die de enige was, die zich aan de malaise wist te onttrekken. Hij zette met een mooie actie op links onze enige goede aanval van de eerste helft op. De prima voorzet had Frank maar voor het inkoppen. Vanzelfsprekend deed hij dat niet. Hij kopte de bal richting de strafschopstip. Gelukkig had Patrick daar al op gerekend en met een geplaatste kopbal tekende hij warempel de 0 – 1 aan.
Dit was echter funest voor ons, hoe vreemd dat ook mag klinken. Want terwijl die stand voor de tegenstanders het sein was om er nog een schepje bovenop te doen, kwam bij de meesten van ons de bekende wij-doen-dit-wel-even-want-zij-zijn-slecht-en-oh-wat-zijn-wij-toch-zo-ontzettend-goed-mentaliteit bovendrijven. Dit betekende dat het overgrote deel van Zondag 4 zich op rollatorsnelheid over de grasmat voortbewoog. Het middenveld van de mannen uit Oosteind had alle tijd en gelegenheid om naar ons zestienmetergebied op te stomen en iets goeds te bedenken. Meestal werden de twee razend gevaarlijke spitsen opgezocht, die een ware plaag waren voor onze verdediging.
Hierbij moet worden aangetekend dat het 6e van OVV’67 op het laatste moment nog een uitstekende transfer geregeld had. Nadat Jesse, voetballer van de A-selectie, van de week twee trainingen gemist had, was hij tijdelijk niet meer welkom bij de A-selectie. Reden voor de opponenten om hem in te lijven. Het was een kwestie van tijd voordat de nummer 14 van de geelhemden zou scoren en na een kwart wedstrijd gebeurde dit dan ook: 1 – 1.
In het laatste deel van het eerste bedrijf wisten we slechts sporadisch voorin te geraken. Dit leidde tot twee hoekschoppen en tot evenveel doelpunten… voor de tegenpartij. Beide corners werden door Frank linea recta naar de middellijn geschoten waar de Brabanders al klaar stonden om te counteren. Beide counters werden aanvankelijk door ons onderbroken, maar door gestuntel en geflater van onze kant – en dat is nog mild uitgedrukt – leverden beide aanvallen een tegendoelpunt op: 3 – 1, tevens de ruststand.

Om het tij te keren werden in de rust liefst vier wissels doorgevoerd. Overal kon je in kleedkamer 3 horen: “Hier gaan we echt niet verliezen hoor, die gasten kunnen er niets van.” Die laatste constatering was nogal merkwaardig, aangezien er maar één team had laten zien er niets van te kunnen en dat was toch echt onze equipe.
In de tweede helft bleek al snel, dat die woorden loze kreten waren en dat het opnieuw veel woorden maar geen daden was. Al hadden we mede dankzij de wisselspelers aanvankelijk wel wat grip op het treffen. Eric viel prima in, Johan sleurde als vanouds, Wilco was bij enkele kansen betrokken en Rob S. scheen ook meegedaan te hebben.
Ons aanvalsspel was helaas opnieuw grotendeels voorspelbaar en onder de maat. We bleven maar de drukte aan onze rechterkant en in het centrum ingaan in plaats van de ruimte aan onze linkerkant te benutten en onze beste man, Luciën, op te zoeken. Hij liep net zo weinig als de rest, maar hij stond tenminste steevast op de juiste plek en daar gaat het om in het voetbal. Als zijn hulp nodig was achterin, was hij daar te vinden. Als we in balbezit waren liep hij zich steeds vrij. Helaas bleven de meesten hem maar overslaan. Maar als hij dan de bal kreeg, werd het steevast gevaarlijk, vooral als hij de achterlijn wist te vinden. Alle mogelijkheden waren het gevolg van strakke voorzetten van Luciën. Hij werd daarom uitgeroepen tot “Speler van de Week”.
Wilco kreeg twee dikke kansen. De eerste keer stond hij alleen op een paar meter voor het vijandelijke doel, maar kreeg hij de bal niet tussen de palen. De tweede keer kopte hij over. De grootste kans was echter voor Kenneth. De eerste poging werd gekeerd door de uitstekende OVV-doelman die daarbij op de grond kwam te liggen. De rebound was niet te missen door Kenneth, maar hij deed het toch. Die situatie illustreerde feilloos het verschil in instelling vandaag. De Brabander toonde vastberadenheid, overtuiging en werklust, waardoor hij de bal met een katachtige reflex uit zijn goal wist te ranselen. Kenneth ging op zijn elfendertigst te werk en probeerde op zijn dooie akkertje met een zacht pisballetje te scoren in plaats van de bal gewoon onder de lat te rammen.
In de slotfase gingen we massaal naar voren in een poging toch nog te scoren met alle risico’s van dien op nog meer tegentreffers. Die vielen uiteindelijk ook, eindstand: 5 – 1.

Na afloop bleven we geruime tijd in het heerlijke najaarszonnetje zitten op de bankjes voor de OVV-kantine. Jan Willem gaf zowaar een rondje. Dat komt normaal nooit voor, dus hij moest wel jarig geweest zijn. En dat klopte ook. Jan Willem is daarom de “Jarige van de Week”.
Marcel gaf ruiterlijk toe dat zijn instelling verkeerd geweest was, dat hij na de 0 – 1 gedacht had dat de winst weer binnen was en dat hij als gevolg daarvan als een natte krant gespeeld had. Sterker nog: hij had overwogen om in plaats van in de rust al na een minuut of 40 te wisselen om ons verder leed te besparen. Hulde. De titel “Eerlijkste Man van de Week” is daarom voor de Papendrechtse Klose.
Tijdens de analyse van de match bleek maar weer eens een groot gat te liggen tussen hoe Frank een voetbalpot beleefd heeft en de rest van het team. Frank vond dat hij best goed gespeeld had. Toneel of met zijn knuffelbeer misschien, voetballend benaderde hij zelfs zijn gebruikelijke “niveau” niet eens. In de eerste helft was hij middenvelder. Dan wordt onder andere verwacht dat je het duel aangaat met je directe tegenstander en meeverdedigt, maar alleen bij het aftrappen heeft hij achter de bal gestaan en zijn directe opponent zag hij alleen van dichtbij bij het handen schudden na het laatste fluitsignaal. In de tweede helft was hij spits. Hij was echter bij geen enkele aanval betrokken – behalve die van de tegenpartij – en het strafschopgebied heeft hij alleen van een afstandje staan bekijken. Verder vond Frank dat hij veel gelopen had. Zijn neus misschien en naar de bar, maar meer ook niet. Franks beste vriend Johan zei dat hij in de tweede helft meer gelopen had dat Frank in drie seizoenen. En dan was Johan nog mild.
Frank wilde ook wel eens “Man van de Week” zijn, maar op grond van beste speler van de wedstrijd zal dat nooit lukken. Daarom werd unaniem besloten voor deze keer de rubriek “Slechtste Speler van de Week” in het leven te roepen en de winnaar daarvan uit te roepen tot “Man van de Week”. De eerste titel is uiteraard en met afstand gewonnen door Frank.

Ook deze zondagmorgen was het geroep, geschreeuw en gescheld van onze kant niet van de lucht vanaf het moment dat we de eerste tegentreffer hadden moeten incasseren. In de tweede helft was Arie het voornaamste slachtoffer, terwijl hij niet eens in het veld stond, maar langs de lijn met een vlag in de hand. En zijn taak voerde hij heel wat beter uit dan de elf binnen de lijnen. Arie is daarom “Grensrechter van de Week”.
Tijdens de nabespreking werd steeds geroepen dat we ze thuis wel gaan inpakken. In cadeaupapier zeker. Op grond van vandaag is geen enkele reden te bedenken waarom we in de terugronde niet opnieuw ten onder zullen gaan. Daarom de volgende suggestie aan het bestuur van OVV’67: graag uiterlijk in de winterstop de keepers van het vijfde en het zesde omruilen en Jesse terughalen naar de A-selectie. Alleen dan maken we een waterkansje op winst tegen OVV’67.

Opstelling:  Gerrit; Marcel (46. Wilco), Herman (46. Johan), Arie (46. Eric) en Jan Willem; Gerardo, Frank, Edwin en Luciën; Kenneth en Patrick (46. Rob S.).
Grensrechter eerste helft:  Johan.
Grensrechter tweede helft:  Arie.
Aantal toeschouwers:  26.

Commentaren zijn niet meer mogelijk.