Gerrit Landstra en Jan Willem de Man, helden van veld 4

VI: oktober 2010

Het gaat geweldig met het Nederlandse voetbal. We zijn vice-wereldkampioen, de stadions zitten vol en we spelen met twee teams in de Champions League.  En in 2018 organiseren we het WK.
Ik kan me wezenloos eregeren aan dergelijke prietpraat. Het Nederlandse voetbal stelt namelijk helemaal niets meer voor. Op een beschamende wijze haalde Nederland de finale van het afgelopen WK. Met destructief voetbal werd de naam van Nederland te grabbel gegooid. Je mag daar overigens niets van zeggen, want voor je het weet wordt de media geboycot door de ijdeltuiten van Oranje. En ben je niet welkom op de genante bruiloft van Yo en Wes, die overigens inmiddels weigeren te betalen voor de kaviaar, de champagne en de speciaal ingevlogen duiven. Maar zoals Yo zei, ik trouw tenslotte maar één keer, althans met Wes.
De Nederlandse ploegen in de Champions League staan voor schut. Als een stel Armeense postbodes werd Ajax vernederd in Madrid. Het gelijke spel tegen Milan werd met gejuich ontvangen, waarbij gemakshalve vergeten wordt dat Milan op 25% kracht speelde. En Auxerre kan nog niet mee in de Jupiler-League.
Nederland wil het WK van 2018 organiseren. Met veel geslijm en steekpenningen moeten de heertjes van de UEFA worden gepaaid. Codenaam: operatie Yab Yum. Normen en waarden spelen geen rol meer. We moeten als land bereid zijn de UEFA belastingvrijstelling te geven, de ARBO-wet moet buiten werking worden gesteld, de snelweg moet worden vrijgemaakt voor Blatter en uiteraard zijn 5 sterren hotels nog niet genoeg. Terwijl het rechtse kabinet alle cultuur wegbezuinigt een idiote toestand, die waarschijnlijk niet gestopt zal worden door baantjeszoekers en declaratiespecialisten als Erika Terpstra, Michael van Praag en onze kroonprins Wim-Lex.
Ook op amateurniveau is het armoe troef. De topklasse leidt tot nog meer interessant-doenerij van simpele amateurverenigingen. Spelers wisselen nog gemakkelijker van club als Kim Holland van man, er moet een 4e man langs de lijn zitten en dat alles voor 300 betalende toeschouwers.
Het echte voetbal wordt alleen nog maar op zondagochtend gespeeld, op achterafveldjes zonder lijnen, met clubscheidsrechters en veel dikke buiken.
Papendrecht 4 speelt hierin een hoofdrol en voldoet aan alle kenmerken van een lager elftal.
Het niveau is abominabel. Toch heb ik er een zwak voor. Papendrecht 4 bestaat inmiddels al meer dan 25 jaar en is daarmee het Papendrecht-team dat het langst bij elkaar speelt. In een volgende column zal ik u vermoeien met de vele rariteiten in die 25 jaar.
Gerrit Landstra en Jan-Willem de Man zijn spelers van het eerste uur.
Keeper Landstra is geboren. Waar en wanneer is niet geheel bekend. Het ene moment profileert hij zich als een echte Drent, niet veel later loopt hij in een Heerenveen shirt, terwijl hij ook beweert een stads-Groninger te zijn. De verhalen worden met een korrel zout genomen. Naar eigen zeggen speelde hij in de Noordelijke jeugdselecties, maar enig bewijs is daarvan niet te vinden. Op enig moment besloot Gerrit te verkassen naar Papendrecht. Hij meldde zich bij de plaatselijke Willem de Zwijger school voor een baan. De toenmalige rector Wim Veldhuis was bestuurslid van de vv Papendrecht en nam hem aan toen Landstra verkondigde in Papendrecht 1 te gaan keepen. Trainer Wout Plaisier organiseerde een proeftraining en kwam na 5 ballen tot de conclusie dat het eerste er niet in zat. Aangezien de arbeidsovereenkomst al was getekend, bleef Gerrit in Papendrecht en werd hij keeper van het toenmalige 5e. Landstra is een wonderlijke keeper. Legendarische blunders worden afgewisseld met onnavolgbare reddingen. Al 15 jaar zegt hij aan het eind van het seizoen te stoppen, om vervolgens vrolijk in september te verschijnen. Nooit geblesseerd en altijd op de fiets. Fouten worden geweten aan minder wordende ogen. En omdat hij de proeflenzen niet in de ogen krijgt, wordt dat er niet beter op. Verder lijkt de tijd geen vat te krijgen op dit fenomeen. Zijn vriendin houdt hem jong. Landstra kan nog zeker 10 jaar mee.
Jan-Willem de Man werd door vader Mac al op jonge leeftijd aangemeld bij de legendarische Han Matena. Jan-Willem doorliep de hoogste jeugdelftallen als linksback, linkshalf en linksbuiten. Zijn rechterbeen heeft hij voor de vorm. Na de junioren ging het mis met de voetballoopbaan. Zijn bescheidenheid kostte hem een plek in de selecties en ook hij belandde tussen spelers als Piet Morree, Cees den Boef, Fred Bergeijk, Wim Veldhuis, Gerardo Dell Aquila en Rob van den Sigtenhorst in het 5e, om het team nooit meer te verlaten. De Man heeft de beste sliding van Europa. Eén keer per seizoen biedt hij zich voorin aan, om dan meteen te scoren. Hij is een begenadigd schrijver en tegenwoordig manager/regelaar van het vierde. Op woensdag weet je of je in de basis staat. Zijn beleid is onverbiddelijk. De Man kan zich mateloos ergeren aan het gebrek aan inzet.  Verder is de Man de enige speler die het bier laat staan, waardoor hij het schaamteloze gebral over vrouwen nuchter kan aanschouwen.
Landstra en de Man staan symbool voor het echte voetbal. Gewoon contributie betalen,  niet trainen, 10 minuten voor tijd het veld op en eens in de twee jaar nieuwe voetbalschoenen. Lekker mopperen in het veld en dat 1 minuut na afloop weer vergeten zijn.
Gerrit Landstra en Jan Willem de Man zijn de helden van veld 4.

Uw linkspoot, Johan Derksen.

Commentaren zijn niet meer mogelijk.