Papendrecht 2 – Boeimeer 7: 0 – 3

Papendrecht 2 – Boeimeer 7:  0 – 3

Op zondag 17 april; naamdag van de heilige Gerwinus van Oudenburg; 46 jaar na de veilige terugkeer van Apollo 13 na een bijna-ramp in de ruimte; 29 jaar na de sluiting van de Philipsdam; 70 jaar nadat Syrië onafhankelijk werd van Frankrijk; 45 jaar nadat Bangladesh de onafhankelijkheid uitriep; een dag na de Internationale Dag van de Platenzaak; speelden we vanaf 10 uur op veld 3 van het Slobbengors tegen Boeimeer 7.

Er was weer een heel gemail voor nodig om een team bij elkaar te sprokkelen. “JW, ik ben tegen HZ’75 door mijn enkel gegaan en zoals het er nu naar uitziet, lukt het niet om zondag te spelen. Ik ben er natuurlijk wel bij maar waarschijnlijk geen speelminuten voor mij! Gr Johan.” Hallo Jan Willem, ik kan er op 17 april niet bij zijn i.v.m. verblijf in het buitenland: fietstraining…… Groeten, Alex.” “Hoi JW, ik moet vanwege mijn kuit helaas voorlopig geblesseerd afhaken. Zal zorgen dat mijn tenue, de ballen en de pasjes bij iemand komen die er zondag bij is. Groet, Arie.” Ramon: “Hoi Willem, 17 april moet ik helaas aan mij voorbij laten gaan i.v.m. werk.”

Het betekende dat we weer heel krap in de mensen zouden zitten. Maar in de loop van zaterdag leek de ommekeer te komen. Eerst: “Kan a.s. zondag NIET meedoen, maar donderdagavond 21 april WEL.” Gevolgd door: “Doe zondag toch een helft mee… tot zondag.” “Prima, nog een voorkeur voor een bepaalde helft? Bijvoorbeeld later komen en de tweede helft meespelen of de eerste helft meedoen en in de rust weg? Groeten, Jan Willem.” “Voorkeur voor eerste helft.” “Ja, voorkeur voor eerste helft wissel of voor eerste helft spelen? Groeten, Jan Willem.” “Eerste helft meedoen.” “Goedemorgen Jan Willem, aanstaande zondag is nog steeds twijfel, hoop hier later meer over te weten. Groeten Wilco.” In de loop van zaterdag meldde Wilco toch te kunnen komen.

Het betekende al met al dat het vele mails later toch nog goed leek te komen. Tot grote opluchting van de teammanager. Voor hem reden om op zaterdagavond 8 uur er nog maar een mail uit te gooien. “Hallo allemaal, het lijkt erop dat we morgen toch nog vrij ruim in de mensen zouden kunnen zitten. Wilco heeft gemeld dat we ervan uit kunnen gaan dat hij toch kan komen. Eric heeft storingsdienst, maar is van plan als het enigszins kan gewoon te komen. Johan komt wel, maar is geblesseerd en fungeert als noodinvaller.”
Onbegrijpelijk dom natuurlijk. Want die mail werd door twee mensen aangegrepen om zich alsnog af te melden, waardoor we er toch weer wat weinig hadden. Wim: “Ik heb begrepen dat Rob U het allemaal regelt morgenochtend. Fijn Rob!”

Wim: “Ik ben net gebeld door Bill Gates. We hebben het wereldrecord mailen voor lagere elftallen binnen!!” Frank L.: “Elk nadeel heeft zijn voordeel. Dat is logisch toch.” Zo pakken we tenminste nog iets. Dat gaat ons beter af dan het pakken van punten. Zo, nu de prullenbak maar weer eens ledigen. Groeten, Jan Willem.

Ondanks de krappe selectie heerste optimisme in kleedkamer 5. Uit hadden we gewonnen. De meesten dachten daarom dat we dat nu wel weer even zouden doen. “We gaan winnen”, riepen Johan overmoedig. Tot ergernis van de teammanager allemaal: “als we zo het veld opgaan, staat het weer 0 – 3 bij de rust”, riep hij. “Niet zo negatief”, was het antwoord in koor. “We gaan gewoon winnen.” Maar ook nu weer werden de voorspellende gaven van de teammanager bewaarheid. Daar zag het trouwens in het eerste kwart van de wedstrijd niet naar uit.

Een groot deel van de eerste helft waren we duidelijk beter en de beste kansen waren voor ons. Binnen het kwartier kwamen twee spelers alleen voor de Boeimeer-doelman. De eerste keer kreeg hij op de doellijn redding hulp van een Bredase verdediger, de tweede keer stopte hij de inzet van Kenneth. Daarnaast kregen we nog legio uitstekende mogelijkheden, maar we kregen de bal niet tegen de touwen. En volgens een oude voetbalwet doet de tegenstander het vervolgens wel. Twee schoten binnen de palen, twee doelpunten. Beide tegentreffers vielen op typische Zondag2-wijze. De eerste keer leek Luciën de doelpoging te kunnen blokken. De bal kreeg echter een dusdanig rare curve mee, dat de boogbal over een volstrekt kansloze Frank L. dwarrelde. Bij de tweede geslaagde Boeimeer-aanval viel de bal uit de kluts plots voor de voeten van een tegenstander die uithaalde. Verschillende mensen probeerden de bal te blokken, maar door allerlei benen heen verdween de bal in de hoek: 0 – 2.

We bleven goed spelen. Er leek daarom niet veel aan de hand. In een poging ons prima spel te belonen besloten we nog een keer vol gas te geven en nog voor rust de aansluitingstreffer te forceren. Hierdoor gaven we achterin ruimte weg, waar de tegenstanders, die gemiddeld bijna 30 jaar jonger waren dan wij, volop gebruik van maakten. Vlak voor rust werd een snelle aanvaller op hun rechterkant diep gestuurd. We probeerden hem nog tegen te houden en een paar jaar geleden zou dat nog wel gelukt zijn. Nu niet, ruststand: 0 – 3

In de rust bleek dat het al over en sluiten was. Naast ons ˈgebruikelijke blessuregevalˈ na de achterstand in de eerste helft bleek bij Kenneth zijn achillespees dermate op te spelen dat hij niet meer verder kon. Een blessure waar hij jarenlang geen last meer van gehad had. Verder was de pols van doelman Frank L. bij een poging de zoveelste flodderbal te keren dubbel geslagen. Door zijn gekneusde pols kon hij uiteraard niet meer keepen. Dan maar Johan onder de lat, die door zijn enkelblessure niet kon voetballen, en Frank L. in het veld. Zo hadden we er precies 11 tussen de lijnen plus Kenneth als vlagger. Onze andere doelman Gerrit was er wel als toeschouwer, maar was nog steeds te geblesseerd om te kunnen keepen.

Met een zwaar gehavende groep gingen we na de thee het veld weer in. Iedereen deed zijn uiterste best om een afgang te voorkomen en dat ging wonderwel heel aardig. Frank L. had de opdracht meegekregen een beetje in de weg te lopen en als meest vooruitgeschoven middenvelder de eerste aanvalsgolven van de gasten te blokkeren. En het moet gezegd: dat deed hij uitstekend. Zijn naamgenoot krijgt elke wedstrijd die opdracht mee, maar wij hebben hem dat nog nooit zien doen. Hij gaat dan gauw ergens aan de zijkant staan en laat de tegenstanders vervolgens rustig opstomen naar ons strafschopgebied. Bij elke aanval van ons staat hij trouwens nog steeds op die plek ergens ver weg, waar hij staat toe te kijken in plaats van het in het strafschopgebied te staan, daar waar een aanvaller hoort te zijn als wij proberen te scoren. En dan nog beweert hij met droge ogen na afloop van elke wedstrijd best goed gespeeld te hebben.

Gezien de omstandigheden deden we het weliswaar uitstekend in verdedigend opzicht, echt aanvallen zat er niet meer in. Eenzame spits Wilco moest in zijn eentje tegen de sterke Boeimeer-defensie opboksen en dat was uiteraard wel wat veel gevraagd. Desondanks kregen we een paar goede kansen. Na een fantastische vrije trap van Rutger hoefde Rob U. de bal maar binnen te lopen, maar dat deed hij niet, volgens eigen zeggen omdat hij gehinderd zou zijn door Eric. Het zal wel. Maar goed, Rob U. was zowaar weer eens in de buurt van het vijandelijke doel geweest, iets wat de vroeger zo hardwerkende middenvelder tegenwoordig zelden meer doet. Maar eerlijk is eerlijk: Rob U. had net als de rest prima gespeeld. In de tweede helft wisten we achterin de nul te houden en dat was ondanks alle problemen en geblesseerden gewoon een geweldige prestatie tegen de piepjonge tegenstander. Zo werd de eindstand een uiteindelijk terechte 0 – 3.

Arie, Gerrit en mevrouw Bosselaar zijn de Toeschouwers van de Week. Kenneth zag als vlagger weliswaar een duidelijke achterbal over het hoofd – de bal was toch echt zeker een halve meter over de achterlijn, volgende keer beter opletten Kenneth! – wat tot de gevaarlijkste Boeimeer-aanval van de tweede helft leidde, maar verder hield hij de nul. Net als invaller-doelman Johan. Zij zijn daarom respectievelijk Grensrechter en Doelman van de Week. Peter B. is Scheidsrechter en Frank L. Openbaring van de Week. Jan Willem werd uitgeroepen tot Man van de Week. Waarom is niet geheel duidelijk, waarschijnlijk als een soort troost. In vroeger tijden had geen enkel van de tegentreffers gevallen omdat hij dan allang ingegrepen zou hebben. Bovendien leverden ook zijn derde 90 minuten van het jaar geen punten op. Een kinderhand is tegenwoordig kennelijk gauw gevuld bij Zondag 2.

Gelukkig wonnen we de derde helft deze keer gemakkelijk. In de loungehoek van onze kantine bleef het nog lang gezellig. Ook de zoveelste thuisnederlaag was voor Luciën geen reden om de schaal met hapjes achterwege te laten. Deze moet toch eens weer tot punten leiden.

Tot slot nog dit.
Ramon: “Mannen, bij dezen definitieve opmaak. Met zo’n tenue sta je toch met 1-0 voor 🙂 🙂  🙂 .”
Wim: “Super Ramon. Kunnen we internationaal mee voor de dag komen.”
Herman: “Gaaf tenue zeg 1-0 voor, ik zou zeggen 2-0.”
“Ramon, ziet er top uit. Groet, Marcel.”

Uittenue

Commentaren zijn niet meer mogelijk.