SC Kruisland 4 – Papendrecht 4: 5 – 2

Op zondag 2 oktober 2011, de Internationale Muziekdag, de 51e verjaardag van Pedro van Raamsdonk en de dag waarop Dordrecht de chocoladehoofdstad van Nederland was, een dag na de 41e verjaardag van Gaston Taument, gingen we naar het Noord-Brabantse Kruisland. Van ons werd veel verwacht. Het was namelijk de dag na de Internationale Ouderendag. Van Gerrit werd extra veel verwacht aangezien het over vier dagen de Leerkrachtendag is.
Allereerst terugkomen op vorige week. Kenneth had commentaar omdat zijn twee doelpunten volgens het verslag het gevolg waren van “gefrommel”. Dat was ook wel zo, maar het was zeker positief bedoeld, in de zin van: sterk doorzetten in een woud van verdedigers. Verder vroegen enkelen zich af waarom we het op het laatst opgegeven hadden. Dat had met grensrechter Johan te maken. Na onze vijfde goal riep hij: “Nog maar twee, mannen!” Waarop Jan Willem zei: “Dan staat het pas 8 – 7 hoor.” “Oh”, zei Johan, “nou, laa-maar dan.” Dat werkte dusdanig demotiverend, dat het uiteindelijk 9 – 5 werd.
De voetbalpot op kunstgras had tot heel wat ongemakken geleid. “Mooi weer of slecht weer, ik ben er bij! Gr, Arie P.S., ben ook normaal fit, zelfs na de aanslag veroorzaakt door dat kunstgrasveld waar ik wel flinke spierpijn van overgehouden heb.” Wilco: “Hallo allemaal, mijn voetbalschoenen hebben de strijd op het kunstgras vorige week niet overleefd. Heeft er iemand een paar voetbalschoenen te leen, maat 43/44??” Ramon: “Helaas is er geconstateerd dat ik een ingescheurde hamstring heb, waardoor ik zeker de komende 2 duels aan de kant sta. Mijn streven is over 3 weken weer fit te zijn. Ik heb mij inmiddels bij Dick van Thoorn gemeld… Ik heb mij laten vertellen dat deze wonderdokter ervaring heeft met hamstrings.” Is dat wel verstandig, Ramon? Frank heeft dat ook gedaan en kijk maar eens naar de gevolgen. Ook Jan Willem was geblesseerd geraakt door het spelen op kunstgras.
Eric: “Hey, erg vervelend weer, maar ik heb het zolang mogelijk aangekeken. Ik kan zondag niet meedoen! Ik heb te veel last van mijn rug. Loop al de hele week met pijn en het wil nog niet echt beter gaan. Nu maar hopen dat er genoeg spelers overblijven….. Succes a.s. Zondag.” Dat keepen is kennelijk toch wel zwaar. Twee keer op het doel staan en gelijk tijden uitgeschakeld zijn. Net als Gerrit. Maar die berichtte: “Ha, aanstaande zondag ben ik van de partij. En ik heb ‘r zin in. Groet.” We hadden dus in elk geval geen keepersprobleem.

De dag begon slecht voor Johan. Hij had een raam van zijn auto open laten staan en prompt was er ingebroken. Onder andere zijn TomTom was gestolen. Zwaar balen natuurlijk. Nu reden we met behulp van de JWJW naar sportcomplex ’t Hoogje.
Rob U. meldde: “Deze goede voetballer is aanwezig, ga wel rechtstreeks, want moet gelijk weg voor een verjaardag.” We hoopten dat hij bedoelde dat hij na vijf minuten spelen weg zou moeten, maar dat bleek ijdele hoop. Edwin zei dat hij niet bepaald fris was na een hele nacht in Amsterdam na een trouwerij. Maar hij zag wel gelijk en als enige dat Jan Willem een nieuwe spijkerbroek aanhad. Dat was een stuk makkelijker te ontgaan dan de korte “broek” die Rob U. droeg: geblokt en in alle kleuren van de regenboog. Van het type dat als gordijn in een kinderkamer hangt of dat hippies als tafelkleed of bedsprei gebruiken. Het deed gewoon pijn aan je ogen. Rob leek wel een CliniClown. Het was wel typerend, dat alleen Frank, onze modekoning en de andere clown van ons team, de broek mooi vond. En dat op de tweede dag van de week van de smaak.
Het eerste kwartier van het treffen waren we heer en meester op het veld en speelden we middenmoter SC Kruisland 4 helemaal zoek. Ondanks een regen aan kansen leidde dat slechts tot 1 goal: een benutte penalty van Herman die de bal wel heel strak inschoot, namelijk via de binnenkant van de rechterpaal. De strafschop was gegeven na een duwfout op Rob U.
Al snel zag je menigeen denken: “Dat doen we wel even.” Het werd zelfs hardop uitgesproken. Met als gevolg dat de meesten nauwelijks meer iets deden en de tegenstander er lustig op los kon counteren, omdat we praktisch niet meer verdedigden. De eerste drie schoten tussen de palen waren raak, de vierde werd onschadelijk gemaakt door Jan Willem. Volgens Gerrit kwam het door gebrek aan wedstrijdritme en doordat hij zich meer met zijn rug bezighield dan met het voetballen. Dat was te merken.
Na de 3 – 1 was het over met ons uitstekende spel en kwamen weer de bekende fouten bovendrijven. Dat wil zeggen: steevast de drukte opzoeken, blind naar voren hollen in de trechter van verdedigers, dom gedraaf, voortdurend uit positie lopen, continu de moeilijkste uitweg zoeken, acties maken op momenten dat dat niet kon en onnodig was en alles zelf willen doen. En geroep door 6 man naar een medespeler nog voordat die de bal kreeg. Dat was zeker niet bevorderlijk voor zijn spel en dat van het team als geheel. Maar het valt niet mee om je mond te houden als je ziet dat wij heel veel schietmogelijkheden kregen maar daar niets mee deden omdat onze voorwaartsen in dergelijke situaties maar doorgingen met pingelen, draaien, keren, wachten en onnodig overspelen met nul resultaat tot gevolg. De Kruislanders hadden ons een lesje gegeven in effectiviteit en laten zien hoe het wel moet. Als één van hun spitsen de bal kreeg, dan keek hij of hij een schotmogelijkheid had. Zo ja, dan werd deze benut. Zo niet, dan keek hij om zich heen, legde terug op een mee opgekomen medespeler die vervolgens een poging waagde. Jammer dat wij niet zulke aanvallers hebben.
In de rust werd besloten dat het anders moest en dat we 4-3-3 zouden gaan spelen in plaats van 4-4-2. Met als gevolg dat de tegenpartij een groot deel van de tweede helft zonder veel inspanning de betere ploeg was en vol verbazing stond te kijken hoe de ene helft van onze tien veldspelers zich een slag in de rondte moest werken ter compensatie van het gepruts en gelanterfant van de andere helft. Wat helemaal storend was dat de eerstgenoemde groep zich het snot voor de ogen holde om de oranjehemden tegen te houden, terwijl de rest op een kluitje en van een afstandje met de handen in de zij commentaar stond te geven. En als wij dan eindelijk balbezit hadden en de harde werkers even geen stap meer konden verzetten, kregen ze gelijk commentaar van de lamzakken die zelf niks gedaan hadden, dat ze niet gelijk weer naar voren snelden, net alsof ze voor hun lol met pijn in lijf en leden even stonden uit te hijgen.

Na een minuut of 70 hadden we een korte opleving. Jan Willem legde vanaf de linkerkant, even voor de middellijn, de bal prachtig net achter de Kruisland-verdediging, zodat Patrick op zijn gemakje alleen op de doelman kon afgaan. Die ging al goedig liggen zodat Patrick eigenlijk niet meer kon missen. Dat deed hij wel doordat hij vanwege ongeconcentreerdheid de bal slechts schampte. Niet veel later had Wim vanaf 12 meter een vrije schietkans, maar hij schoot recht op de doelman. Een kwartier voor tijd was het dan toch raak. Na 25 mislukte acties deed Kenneth eindelijk eens iets goeds door de bal vanaf links en vlak voor de achterlijn voor te zetten op Patrick die deze keer vanaf een halve meter voor leeg doel niet miste: 3 – 2. Praktisch niets goeds doen en toch scoren is ook een kwaliteit.
Daarna vonden de Kruislanders het welletjes en lieten zien hoe je moet voetballen. Gewoon van de ruimtes gebruikmaken, voor de simpelste oplossing gaan, op het juiste moment overspelen, de vrije man zoeken en als je in scoringspositie komt, niet talmen maar gelijk afdrukken, eindstand: 5 – 2.
Na afloop had een ieder, net als in de rust, het hoogste woord. Van deze tegenstander hadden we kunnen winnen als we dit en dat gedaan zouden hebben. Elke week hetzelfde verhaal. We weten het zogenaamd zo goed, waarom doen we dat dan niet op het veld? En wanneer dringt het nou eens tot iedereen door dat we allang niet meer zo goed zijn als 25 jaar geleden? En: “We hoeven van geen enkele tegenstander te verliezen”, maar doen dat ondertussen wel vrijwel elke week. We staan niet voor niets twee-na-laatste op het allerlaagste niveau. En weer dat eindeloze: “Het waren jonge tegenstanders.” Wanneer houden we nou eens op met dat gezeur. Ook van dergelijke jonge tegenstanders kun je winnen door de hele match op een krachtensparende manier te spelen zoals we tijdens het eerste kwartier deden. Dus door in teamverband te opereren, elkaar te helpen, tijdig die paar stappen te zetten om zo ruimte te creëren voor jezelf en een ander en als de tegenpartij in de aanval is, zo snel een tegenstander te dekken, rustig rond te blijven spelen, ruimte te zoeken, voor de eenvoudigste optie te gaan, direct de vrije man aan te spelen, een medespeler iets te gunnen, te doseren en je momenten kiezen en alleen te versnellen en een actie te maken als het zinvol is. Maar vooral: OP HET DOEL RAMMEN IN PLAATS VAN TE BLIJVEN PIELEN.

Maar er was meer storends vandaag. Ruim voor een wedstrijd krijgt elke speler mail waarin staat, hoe laat we spelen en waar en welke mensen afgezegd hebben. Specifiek wordt vermeld in geval van twijfel over je fitheid dat door te geven. Op zaterdagmorgen verstuurde Gerardo een mailtje waarin hij vroeg of hij weg zou kunnen blijven. Hij gaf aan dat als het echt niet anders kon, hij wel gewoon zou komen. Op dat moment hadden we inclusief Gerardo 14 man. Weliswaar kon Herman alleen de eerste 45 minuten meespelen, maar behalve Johan en Jan Willem had niemand iets gemeld over lichamelijke ongemakken. Dus werd Gerardo bericht dat hij niet hoefde te komen omdat ervan uitgegaan werd dat de rest fit zou zijn. Niet dus. Diverse mensen bleken geblesseerd te zijn en wilden geen hele wedstrijd spelen. “Ik voel me al een tijd niet 100 %, vrij stijf, maar ik dacht, ik probeer het gewoon, maar ik kan eigenlijk niet verder spelen”, kon je horen.” Of: “Ja, ik heb al een tijd geen oefeningen gedaan en dan krijg ik last van mijn rug, waardoor ik niet kan voetballen.” Hallo zeg, kost het nou echt zoveel moeite om het even te laten weten als je twijfelt over je fitheid? Kennelijk wel, dus. Als dat wel gebeurd zou zijn, hadden we Gerardo kunnen laten weten dat hij toch moest komen en hadden we voldoende fitte mensen gehad. Nu niet.
Net toen we aan de warming-up wilden beginnen, kreeg Johan telefoon van Frank en Kenneth van Patrick. De heren waren nog onderweg naar Kruisland. Ook lekker. Patrick kwam pas een half uur na aanvang opdagen, Frank arriveerde een minuut voor aanfluiten, zodat we gelukkig wel een grensrechter hadden. En eerlijk is eerlijk: dat deed hij uitstekend. Hij is daarom de assistent-scheidsrechter van de week. Hij ging na afloop tijdig weg, want hij had met zijn vriendin afgesproken erop uit te gaan. Oh, daarom deed je dus helemaal niets op het veld Frank, dat was om krachten te sparen voor de boswandeling.
Verschillende mensen stoppen heel wat tijd in het ervoor zorgen dat we een elftal op de been kunnen brengen en dan is het bijzonder irritant, als blijkt dat sommigen zo’n desinteresse ten toon spreiden. Nu moesten Jan Willem en Johan de 90 minuten volmaken terwijl zij wel gemeld hadden geblesseerd te zijn en daarom voor een wisselbeurt wensten te gaan. Veelzeggend is, dat zij desondanks tot de beteren behoorden, sterker nog: Johan was gewoon wederom de beste en werd daarom uitgeroepen tot speler van de week. Alsmede tot chauffeur van de week. Hij had op het laatst zo’n last van zijn liesblessure dat hij letterlijk naar het eindsignaal strompelde en zelfs toen werkte hij vele malen harder dan de meesten. Als meer mensen in onze ploeg een dergelijke mentaliteit zouden bezitten, zouden we elk seizoen bovenin meedraaien in plaats van onderaan de ranglijst te bungelen.
Luciën was trouwens een goede tweede, maar met slechts twee mensen die de hele wedstrijd een ruime voldoende halen, win je nooit een voetbalpartij. Hij strooide net als Johan met fijne passes, maar dat was vandaag paarlen voor de zwijnen. Als linkshalf bleef Luciën de eerste 80 minuten op zijn manier langs de linkerflank “rennen” en als laatste man hield hij het de laatste tien minuten achterin hermetisch gesloten. Jan Willem had eens gekscherend gezegd dat Luciën altijd linkshalf staat omdat dat de enige plek op het veld is, waar je wat aan hem hebt. Vandaag bewees hij duidelijk het tegendeel. De positie van laatste man is in de toekomst zeker een optie voor Luciën.
Deze keer geen supporter van de week. Onze aanhang heeft al na vijf speelronden alle hoop in ons verloren en bleef daarom wijselijk thuis. Dat zegt alles.
Gelukkig was nog op één punt vooruitgang te melden ten opzichte van vorige zondag: behalve een sportieve tegenstander, prachtige weersomstandigheden en een uitstekende arbiter, hadden we deze keer een prima grasmat. Dat is ook winst.

Opstelling:  Gerrit; Arie, Wim, Edwin, Jan Willem; Wilco, Johan, Herman (46. Frank) en Luciën; Kenneth en Rob U. (46. Patrick).
Grensrechter eerste helft: Frank.
Grensrechter tweede helft: Rob U.
Aantal toeschouwers: 27.

Commentaren zijn niet meer mogelijk.