Nieuw dieptepunt voor Zondag 4

Vandaag geen echt verslag over de volledig onnodige, maar oververdiende nederlaag van 4 – 2 op zondag 6 november 2011 tegen HZ’75 3. Elk woord over de gebeurtenissen is er eigenlijk één te veel. Een juiste weergave ervan zou overigens neerkomen op “de grond inboren” en “aan de schandpaal nagelen”, iets wat overigens volledig terecht zou zijn. Ik wil me beperken tot de woorden “niet leuk” en “schandalig”. Voor de duidelijkheid: die woorden slaan niet op de tegenpartij, de scheidsrechter en de grensrechter van de tegenpartij, in tegendeel zelfs, en slaan zeker niet alleen op de nederlaag tegen een ploeg die de eerste acht competitiewedstrijden dik verloren had en tot vandaag slechts acht keer gescoord had.
Het lijkt me goed dat een ieder eens goed in de spiegel kijkt, want zoals vandaag is er geen lol aan. Laat ik om het juiste voorbeeld geven met mezelf beginnen. Ook deze keer ging ik me weer te buiten aan overgedreven gekrijs met onrust tot gevolg. Maar goed, vervolgens deed ik wel wat ik volgens mij moest doen en dat was de plaat poetsen, waardoor ik de door mijn getier veroorzaakte onrust wegnam.
Ik wil me hierbij nogmaals verontschuldigen voor mijn gedrag binnen het veld en voor het van het veld lopen. Maar ik wil wel graag een toelichting geven over het hoe het waarom.
Zo was mijn gemoedstoestand reeds voor vertrek uit Papendrecht naar een bijzonder laag peil gezakt was vanwege twee late afzeggingen. Dat je op zaterdagavond door je rug gaat en daarom niet kan voetballen, oké. Maar die afmelding twee uur voor aanvang vanwege een zeer been kan ik echt niet hebben. Dat die pezewever daardoor niet kan voetballen, dat geloof ik heus wel, daar kan ik echt wel inkomen, maar niet dat die hannekemaaier daar al zeven dagen mee liep, omdat het een gevolg was van een overtreding een week terug. Die hansop gaf verder aan dat hij aanvankelijk dacht dat het wel zou gaan. Hallo zeg, hier was dus duidelijk sprake van onzekerheid en hoe vaak is wel niet aangegeven dat je een dergelijke situatie dient te melden. Wat het nog extra storend maakt, is, dat in de dagen voor de wedstrijd diverse mails rondgegaan zijn waarin ik aangaf dat we krap in de spelers zaten, dat ik zelf geblesseerd was en liever niet wilde spelen en dat in geval van twijfel je dat onmiddellijk diende door te geven zodat we konden bekijken of het aantrekken van gastspelers noodzakelijk zou zijn. En dan nog niet reageren, vind ik ergerlijk.

Het betekende wel dat ik, omdat ik ons elftal niet in de steek wil laten, me weer moest opofferen en gewoon aan het duel diende te beginnen, terwijl ik daar vanwege diverse blessures en hevige buikpijn eigenlijk niet toe in staat was.
Ik speel een voetbalwedstrijd voor het plezier en als het enigszins kan om te winnen. Als ik merk dat diverse kastaren aan onze kant daar niet aan mee willen merken, zeg ik daar wat van. Als dat na de zoveelste, normale opmerking niet verandert, begin ik wat gramstorig te worden en ga ik over tot roepen. Dat deed ik bijvoorbeeld tegen een medespeler die in de openingsfase gigantisch in de fout ging, met de 1 – 0 tot gevolg. Dat sujet trok zich daar niets van aan en maakte een paar minuten later binnen 20 seconden tot twee keer toe diezelfde fout, wat weer bijna tot een tegentreffer leidde en bij mij tot stemverheffing. Toen die kwibus, in plaats zich te verontschuldigen, mij een minuut lang stond uit te schelden, terwijl ik toch echt niet degene was die blunderde, begon mijn bloeddruk langzaam op te lopen.
Toen ik vervolgens merkte dat de tournure van sommige kwanten in Papendrechttenue bleef verslechteren en ze van de gaffel in de greep vielen en zich ook nog een te lange tijd voornamelijk te buiten gingen aan het hardop plaatsen van marginalia ten aanzien van het optreden van de scheidsrechter en assistent-scheidsrechter van HZ’75, waarbij regelmatig de fatsoensnormen duidelijk overtreden werden en waarbij vermeld dient te worden dat beide neutralen een voldoende scoorden, terwijl de desbetreffende sinjeurs qua rapportcijfer niet veel hoger kwamen dan een 2 en dat inclusief een punt voor aanwezigheid, begon ik almaar sanguinischer te worden en ging ik steeds harder schreeuwen, maar nog altijd met keurig woordgebruik en op dito toon.
Op het ogenblik dat mij duidelijk werd dat de veroorzakers van mijn frenetiekheid van plan waren de wedstrijd vol te maken en hun attitude niet wensten te veranderen, dreigde bij mij de stoom uit mijn oren te komen en raakte ik volledig uit mijn spel, waarna ik geen andere mogelijkheid meer zag dan af te nokken. Dit kennelijk tot grote tevredenheid van alle Papendrechters. Want waar in het verleden iemand die zo maar van het plein wilde gaan, overgehaald werd om toch maar te blijven, gebeurde dat in mijn geval overduidelijk niet. Het betekende wel dat ik tot rust kwam en de rest van de aanwezigen in het zwart/rood ook, want na mijn vertrek zat er helemaal geen beweging meer in Zondag 4. Het was voor mij wel aardig om te zien dat zonder mij elke lijn totaal verdwenen was en iedere keer als de Brabanders de middellijn passeerden, ze ongehinderd door konden lopen naar ons doelgebied, hetgeen ze daarvoor nauwelijks gelukt was. Het was dat Gerrit als enige in bloedvorm verkeerde, anders hadden de mannen uit Hooge Zwaluwe de dubbele cijfers wel kunnen halen. Het was verder typerend, dat de enige veldspelers die nog enigszins boven het maaiveld uitstaken, namelijk Johan en Arie, onze doelpunten maakten.

Ik neem me maar weer voor te proberen me voortaan rustiger te gedragen, al zal daar wel weer weinig van terechtkomen. Ik kan maar moeilijk mijn mond houden als, zoals vandaag, vrijwel niets goed gaat en zelfs de simpelste zaken als vrijlopen, je aanbieden, bij een voorzet naar de bal toegaan en je man dekken, gewoon niet gebeuren, maar mensen de hele wedstrijd lang staan te kijken, geen duel aangaan, bij balbezit voor ons in de dekking blijven staan en bij balbezit voor de opponenten zeker vijf meter van hun directe tegenstander blijven staan en die laten lopen en pas in beweging komen als het al te laat is.
Het is afwachten of dit verhaal nog leidt tot enige zelfreflectie bij anderen. Het zal wel niet, want ervaringen uit het verleden hebben aangetoond dat bij velen dat begrip kennelijk niet tot hun vocabulaire behoort en dat een herhaling van vandaag een kwestie van tijd is. Wanneer dat dreigt te gebeuren, zou ik aan de responsabelen willen vragen thuis te blijven of hulp van buitenaf in te roepen. Zo niet, dan zal ik wel weer aftaaien of gewoon niet komen. Dat is mij goed bevallen en rest van de aanwezigen klaarblijkelijk ook.
Reeds in de kantine bleek dat sommigen niet een plank voor het hoofd hebben, maar een heel oerwoud. Zo kon je iemand horen zeggen, dat hij na de rust slechts 1 fout gemaakt had. Als je je een helft lang volkomen aan het spel onttrekken waardoor we de tweede 45 minuten in feite met 10 man speelden, 1 fout noemt, dan klopt dat, ja.
De wat oudere toeschouwers langs de lijn die duidelijk verstand van voetballen hebben en het al decennia lang volgen, zeiden over ons, dat ze nog nooit zo’n slecht elftal gezien hadden en vroegen zich af hoe dat zooitje ongeregeld ooit aan punten zou moeten komen. Wijze woorden. Rob S. concludeerde dat we verloren hadden omdat iedereen van ons het gebruikelijke niveau gehaald had. Hiermee sloeg hij de spijker op de kop. Met de vandaag presente mensen en gehanteerde “speelwijze” is zelfs het halen van een puntje al een hele opgave.
Was er dan niets positiefs te melden, zult u zich wellicht afvragen? Jazeker wel. Het mooiste nieuws ontvingen we op vrijdag om 01:49:43 uur van de man die ’s nachts van alles doet behalve slapen: “Als het een beetje meezit, spelen we in de nieuwe tenues aanstaande zondag! Ze staan zaterdag klaar heb ik me laten vertellen! Met vriendelijke groet, Luciën Louwman.” Op zaterdagmorgen gevolgd door: “Mannen, goed nieuws, morgen spelen we in het nieuw: broekje, shirtje en sokken!” Vandaar dat Luciën niet alleen speler van de week, maar tevens van de eerste seizoenshelft is. Tom Knipscheer is supporter en grensrechter van de week.
Luciën is de grote man achter Distributie Partners Logistiek B.V., Elandstraat 120,  2901 BK  Capelle aan den IJssel,  telefoonnummer: 010 – 4140414. Zo ruimhartig hij is met het schenken van de prachtige, nieuwe Papendrechtuitrusting – geweldig bedankt daarvoor, Luciën, namens iedereen van ons team – zo karig is zijn website:  info.distributiepartners.nl .

Het leukste vond ik toch wel de heen- en terugreis met Rob S. Gezellig keuvelen. Heen vertrokken we al laatsten, reden in tegenstelling tot de rest rustig, maar waren toch ruim als eersten op Sportpark Het Moerbos. Dat heb je ervan als je Johan voorop laat rijden, terwijl hij al moeite heeft om Noord-Brabant te vinden.
Hoogtepunt vormde het telefoongesprek dat we in de auto hadden met Aart van T. Om te beginnen duurde het een minuut of 10 voordat we hem aan de lijn hadden, omdat Aart niet wist dat je niets aan een telefoon hebt, als de batterij leeg in. Maar uiteindelijk ontspon zich een geweldig telefoongesprek dat, als het opgenomen zou zijn, een absolute hit op YouTube geworden zou zijn. Zo probeerde Rob Aart over te halen om als gastspeler op te treden door het mooie Brabantse land te beschrijven, waaronder een kunstwerk op een rotonde ten zuiden van Helkant en een soort kinderboerderij bij mensen in de tuin in diezelfde plaats. Aart kon echter niet vanwege een blessure, maar vond het wel fijn om te horen dat Rob in Noord-Brabant rondreed en niet in Papendrecht, zodat Aart zijn kinderen met een gerust hart kon laten buitenspelen. Volgens Rob gaat maar weinig verkeerd, zo lang hij zijn bril opheeft. Waarom hij op de heenweg dan zonder bril reed, is onduidelijk. Oh, daarom waren we steeds aan het spookrijden en zag ik voortdurend verkeersdeelnemers verschrikt wegspringen.

Eén antwoord op “Nieuw dieptepunt voor Zondag 4”

  1. Johan Derksen schreef:

    Als ik een woordenboek nodig heb om het te kunnen begrijpen, haak ik meestal af. In dit geval toch de moeite genomen om dat te doen.De verslaggever heeft volkomen gelijk. Ik word niet goed van dat vierde!